Het reservefonds: hoeveel moet er echt in?
Financiën · 2 min lezen · bijgewerkt
De wet kent twee routes: 0,5% van de herbouwwaarde per jaar, of het bedrag uit een door de ALV vastgesteld, actueel MJOP. Zo kiest u de juiste.
Sinds 1 januari 2018 (Wet verbetering functioneren VvE's) moet elke VvE met woningen jaarlijks een minimumbedrag in het reservefonds storten (art. 5:126 lid 2 BW). Route A: 0,5% van de herbouwwaarde van het gebouw. Route B: het bedrag dat volgt uit een door de ALV vastgesteld MJOP van maximaal vijf jaar oud dat minimaal tien jaar vooruitkijkt.
Een VvE die op 1 januari 2018 nog niets reserveerde, kreeg drie jaar uitstel: voor haar geldt het minimum sinds 1 januari 2021 (art. 172 lid 7 Overgangswet nieuw BW). De wet kent geen uitzondering op het minimum. Alleen van het storten op een aparte rekening op naam van de VvE kan worden afgeweken: in het reglement, met een ALV-besluit van ten minste 4/5 van alle stemmen, of met een bankgarantie (art. 5:126 lid 3 BW).
De herbouwwaarde staat meestal op het polisblad van de opstalverzekering van de VvE. Bij een herbouwwaarde van € 2.000.000 is route A dus € 10.000 per jaar, meestal verdeeld naar breukdelen over de eigenaren (de verdeelsleutel staat in het reglement).
Route B is vaak passender: een concreet plan spaart naar echte uitgaven toe in plaats van naar een vast percentage. Voorwaarde is wel dat de ALV het plan vaststelt en dat dat besluit niet ouder is dan vijf jaar. Het plan bijwerken zonder nieuw ALV-besluit maakt het niet actueel; is de vaststelling ouder dan vijf jaar, dan valt de VvE terug op de 0,5%-regel.
Te weinig reserveren is niet vrijblijvend: een koper (en zijn bank) kijkt naar het fonds, en een gemeente kan een VvE met achterstallig onderhoud dwingen tot een onderhoudsplan.
Algemene informatie, de splitsingsakte en het reglement van uw eigen VvE gaan altijd voor. 12VvE helpt u dit in de praktijk te regelen, van MJOP tot jaarstukken.